|
Een romantische jongeman
met een drang naar gerechtigheid
In 1831 is Parijs
een schitterende, intellectuele hoofdstad waar romantisme
overheerst; tegelijk is het een smeltkroes van ellende,
met niet minder dan 300.000 behoeftigen. In de arme
buurten zijn de smalle straatjes, zonder riool noch
goot of voetpad, overbelast met mest en bebouwd met
ongezonde huizen. In 1832 breekt cholera uit en sterven
er 20.000 inwoners! Daarbij kent de stad bloedige onderdrukking
en arbeidersopstanden, die Frédéric Ozanam
drie jaar lang meemaakt. Deze toestanden zullen hem
diep aangrijpen. Des te meer omdat de jonge student,
die het katholieke geloof vurig verdedigt, de verwijten
moeilijk kan verwerken die geestelijken en gelovigen
te horen krijgen omtrent hun onverschilligheid voor
de armen. Op 23 april 1833, op zijn twintigste, sticht
Frédéric Ozanam samen met Emmanuel
Bailly en vijf andere bevriende studenten de Sint-Vincentius
a Paulo vereniging. De medewerking van Zuster
Rosalie, Dochter der Liefde, zal een doorslaggevende
invloed hebben op de ontwikkeling van deze nieuwe Vereniging.
Nog in 1833 wordt Frédéric Ozanam innig
bevriend met Pater
Lacordaire, die met uitmuntende welsprekendheid
een humaan, liberaal katholicisme predikt dat nauwer
bij het evangelie wil aansluiten.
|